‘Hoe goed is het, hoe heerlijk
als broeders en zusters bijeen te wonen!’
Alleen samen zijn we Kerk, maar hoe?
Dit was het thema van de brede vergadering van onze classis op donderdag 23 januari in Joure: geloven doe je samen. Al eeuwen is de kerk daarom verdeeld in gemeentes waar mensen samen kunnen komen en naar elkaar omzien. Doorgaans zijn die gemeentes in oppervlakte zo groot, dat je elkaar nog net te voet bereiken kunt. Eeuwenlang was dat van groot praktisch belang. Zo kent de kaart van onze classis meer dan 200 gemeentes. Dat werkt goed, maar blijft dat ook zo in onze tijd? De kerk is een stuk kleiner geworden, en afstanden ook. Zouden we het heerlijk bijeen wonen van al die broeders en zusters niet anders kunnen regelen? Om dit te verkennen loop ik de verschillende vragen van deze avond één voor één met u langs en vertel wat de rode draad is in de reacties.
Waar draait het om in uw gemeente?
Geloof en gemeenschap: daar draait het om in de gemeente van de Heer. Bij deze vraag werden vooral deze twee opties aangekruist, en dan vaak met de opmerking erbij dat het ene niet los te zien is van het andere: geloven doe je samen, dat kan niet anders! Het geloof is te groot voor mijn koppie alleen en het wil handen en voeten krijgen in de omgang met elkaar. Daarom vormen we een gemeente en willen we elkaar niet missen!
Hoe staat het met de bestuurskracht van uw kerkenraad?
Deze tweede vraag bevindt zich nog steeds op geestelijk vlak. Geloven komt niet zomaar op uit onszelf, het vraagt om geestelijk leiderschap. Daar staat de kerkenraad voor. En gelukkig: de meeste gemeentes hebben nog een volledige of bijna volledige kerkenraad! En dat gaat goed! Maar: in heel veel gemeentes verwacht men dat dat niet lang meer duurt. Opvolgers zijn vaak niet meer te vinden. Veel kerkenraden zijn de afgelopen jaren al flink gekrompen, en verder krimpen gaat niet meer. Daar kun je somber over zijn, maar je kunt ook zeggen: meer dan tweehonderd zelfstandige gemeenten met elk hun eigen kerkenraad, dat is ook wel een beetje veel.
Op welke punten zou u willen samenwerken met andere gemeentes?
Na alle zorgen die zijn uitgesproken bij de vorige vraag, zou je verwachten dat er een breed gedeeld verlangen zou zijn om op bestuurlijk vlak met elkaar samen te werken. Als je kerkenraden samenvoegt, dan heb je weer ambtsdragers genoeg om leiding te geven aan het vieren, leren en dienen in onze gemeentes. Maar dat ligt toch anders. Vooral in de toelichting op de antwoorden verlangen de meesten naar meer projectmatige samenwerking. En dat is nog te begrijpen ook: de gemeente is een gemeenschap en gemeenschappen hebben tijd nodig om naar elkaar toe te groeien. Je kunt in een paar maanden mooie afspraken maken op papier, maar het groeien van herkenning en vertrouwen vraagt meer tijd. ‘Als we die tijd nog hebben’, denk ik dan. Maar misschien ben ik te ongeduldig… Een gemakkelijker stap die vaak genoemd werd, was: richt een gezamenlijk kerkelijk bureau op. Daar kun je niet alleen de ledenadministratie aan toevertrouwen, maar ook bijvoorbeeld het beheer van de website, de boekhouding, de preekvoorzienig of het uitvoerend deel van het scribaat. Zo krijg je als kerkenraad de handen vrij voor het leiding geven zelf. En ondertussen bouw je zo een infrastructuur waardoor toekomstige samenwerking veel gemakkelijker gaat.
Hoe ziet u de rol van gemeentes met een sterke kerkenraad?
Hier lopen de meningen echt uiteen. De ene helft zet in op groei en bloei van die gemeentes zelf, de andere helft ziet ze als steun en toeverlaat voor kleine gemeentes. Dat kan samengaan, maar zie ik ook een dilemma: misschien heeft zo’n gemeente een eigen weg gevonden het evangelie actueel en aansprekend te verstaan. Die wil je dan ook de kans geven om die weg verder te verkennen. Er zou zo een palet van gemeentes met elk een eigen, aansprekend geluid kunnen ontstaan. Samenwerking kan dat eigene weer vlak maken, als je niet oppast.
Hoe ziet u de rol van gemeentes met een kleine, kwetsbare kerkenraad
Het viel me op dat de optie om op te gaan in een grotere (of meer vitale) buurgemeente toch een flink aantal keren werd aangekruist. Dat had ik niet verwacht. Maar de meesten kiezen toch voor één of andere manier om min of meer zelfstandig te blijven, het liefst met meerdere kleine gemeentes in één groot verband. Dat laatste is een interessant idee om verder uit te werken: hoe zou zo’n groter verband eruit kunnen zien?
Wat verliezen we wanneer we meer gaan samenwerken?
Zelf had ik verwacht dat de meesten het verlies vooral zouden zien in de mogelijkheden samen te werken met lokale partners als school, muziekvereniging en dorpsbelang. Maar dat blijkt heel anders te zijn: het zijn vooral de bekende, vertrouwde gezichten die men vreest te zullen gaan missen. Het is hier dus weer waar we ook mee begonnen: ons geloof kan niet zonder gemeenschap en onze gemeenschap niet zonder geloof.
Wat winnen we wanneer we meer gaan samenwerken?
Hier komt de verrassing: wat we volgens een nog veel grotere meerderheid gaan winnen bij samenwerking is: nieuwe mensen met nieuwe ideeën en tradities! Dit doet vermoeden dat een samenwerkingsproces een lastige tussenfase kan zijn op weg naar een mooi nieuw begin. Het komt er dan op aan om zorgvuldig om te gaan met de bestaande gemeenschap, die te beschermen en intact te laten, en van daaruit te genieten van het nieuwe en verrassende van de ontmoeting met elkaar. De kerkenraden zouden daarin voor kunnen gaan, bijvoorbeeld door een weekend met elkaar op stap te gaan. Maar dat laatste komt nu pas al schrijvend bij me boven.
Hoe ziet u bij dit alles de rol van de classis?
Dit was een belangrijke vraag voor het Breed moderamen van de classis: hoe wilt u dat we als classis samenwerking stimuleren? En het antwoord is duidelijk: vooral door informatie te geven. Een aantal kiest ook voor een meer sturende rol, omdat gemeentes anders naar elkaar blijven kijken wie er begint. Wel stelt de meerderheid helder en klaar: druk en drang werkt remmend. Dat is een belangrijk signaal: de gemeenten zijn eerst zelf aan zet!
Wat wilt u verder nog met ons delen?
Tot slot werd ons als classis op het hart gedrukt om ook in groei te denken, elkaar te verdragen, de gemeenschap te koesteren, in mogelijkheden te denken en hulp te bieden en werd erop gewezen dat ook grote gemeentes kwetsbaar kunnen zijn en dat krimp ook kansen biedt. En er waren mensen zo aardig om ons te bedanken voor het initiatief, waarbij ik graag ieder wil bedanken die op deze avond mee heeft gedaan!
Voor de agenda
- donderdagavond 8 mei in Trinitas, Heerenveen: inspiratieavond voor het jeugdwerk i.s.m. Roetz
- zondag 11 mei, 14.00 uur in Steggerda: verbintenis ds. Alco Meesters als voorzitter Classicaal College voor de Visitatie (CCV)
- donderdag 22 mei, 19.15 uur in Franeker: vesper met afscheid ds. Idske van der Pol als voorzitter CCV Fryslân (aansluitend classicale vergadering)
Met hartelijke groet,
ds. Riemer Praamsma
uw classispredikant
Scriba: Hanneke Dijkstra | 0512-363548 | classisfryslan@gmail.com
Classispredikant: ds. Riemer Praamsma | 06-58013225 | r.praamsma@protestantsekerk.nl